Over de Gierzwaluw - Gierzwaluwtil IJlst

Ga naar de inhoud
.
Over de Gierzwaluw

De Gierzwaluw  (Apus apus) is een vogel uit de familie der gierzwaluwen (Apodidea), en het enige lid van die familie dat in Nederland voorkomt.

Inhoud
  • 1.Taxaonomie
  • 2. Veldkenmerken
  • 3. Algemeen
  • 4. Gedrag
  • 5. Vlucht
  • 6. Biotoop
  • 7. Voedsel
  • 8. Voortplanting
  • 9. Voorkomen en trek

1. Taxonomie:
Hoewel de naam anders doet vermoeden, behoort de gierzwaluw niet tot de zwaluwen, waartoe onder meer de boerenzwaluw, de huiszwaluw en de oeverzwaluw behoren. De gierzwaluw behoort tot de gierzwaluwachtige en een sterk verwant is van de kolibries. En de zwaluwen tot de familie van de zangvogel. Ook de nachtzwaluw hoort hier niet bij, die valt onder de nachtzwaluwen.

2. Veldkenmerk:
De totale lengte is ongeveer 16,5 centimeter, de spanwijdte van ongeveer 45 centimeter en de vogel weegt ongeveer 45 gram.  De lange sikkelvormige vleugels hebben en blauwachtige glans ter wel de vogel algemeen roetzwart is met een witachtige keel. De juveniele zijn bruiner en hebben minder glans. Het mannetje en het vrouwtje zijn uiterlijk niet te onderscheiden. Alleen kunnen sommige onderzoekers het horen aan de roep.

.

3. Algemeen:
De gierzwaluw is in Nederland een algemeen voorkomende broedvogel. Met als voor keur   oude stadswijken. De gierzwaluwen zijn hier maar drie maanden. Vandaar dat hij ook wel de “honderd-dagen-vogel” word genoemd. Eind april arriveren de eerste vogels en de rest massaal in mei. Waarnaar ze in begin augustus weer vertrekken.
De laatste jaren gaat de populatie wel achter uit door de sloop en renovatie van oude stadswijken. Maar de mens kwam met nestkasten, dakpannen, gevelstenen en de til, waardoor hier wellicht soelaas kan bieden. Door huizen als rots kliffen te gaan beschouwen hebben gierzwaluwen lang geleden hun oorspronkelijk broedareaal aanzienlijk verruimd. Met hun gierende geluid geven de gierzwaluwen zonnige zomeravonden in (oude) stadswijken een speciale sfeer. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, en ondanks zijn zeer korte pootjes (de wetenschappelijke naam komt van het Oud Griekse woord, Apous, wat “zonder poten” betekent, kan een volwassen gierzwaluw die per ongelijk op de grond terecht is gekomen, wel degelijk opvliegen. Zolang als hij maar ruimte en een vlakke ondergrond heeft. Bij jongere vogels lukt het hun niet. Op een hoog uitgestrekte arm kan hij weer prima in de lucht komen.

4. Gedrag:
De gierzwaluwen leeft in kleinere en grotere troepen, vaak foeragerend met boeren-, huis- en oeverzwaluwen. In het voorjaar en de hoogzomer vinden onstuimige achtervolgingen plaats. De gierzwaluw broed in losse kolonies. Om de (beste) nestplaatsen vindt een felle concurrentiestrijd plaats. Eerstejaarsvogels broeden niet, maar houden zich wel in en om de kolonie op. Zo kunnen zij de bezette en/of geschikte nestholtes inspecteren die zij zullen overnemen zodra (een van) de broedvogels in de lente niet meer komen opdagen. Zij kunnen zo soms 3 tot 4 jaar ongepaard door het leven gaan.

5. Vlucht:
De gierzwaluw is een van de weinige dieren die zich vrijwel permanent in de lucht bevinden. De vleugelslag is zeer snel en stijf, en de vlucht is cirkelend, wentelend en glijdend. Daar naast ken hij zich prima vasthouden aan loodrechte muren. In feite vliegen gierzwaluwen vrijwel altijd. Gierzwaluwen brengen ook de nacht door in de lucht op een hoogte van zo’n 1500 meter. Daar slapen ze ook, dat noemen ze halfslaap. Hoewel de paring meestal op het nest is kunnen ze in de lucht ook prima copuleren. Het geluid is een schel doordringend en aangehouden gierend ‘srie-srie’ of ‘skrieeh’.

Hieronder vind u meerdere geluiden:

.

Track 2: Enkele roep herhaald.
Track 3: Enkele (korte) roep.
Track 5: Duet-roep vanuit nestruimte.
Track 6: Antwoord-roep vanuit nestruimte.
Track 7: Enkele roep herhaald.
Track 8: Geluiden meerdere vogels in de lucht.
Track 9: Zelfde meerdere vogels in de lucht.
Track 10: Enkele roep mannetje herhaald.
Track 11: Geluiden in de vlucht, meerdere vogels.
Track 12: Enkele roep vrouwtjes herhaald.
Track 13: Geluiden in een vlucht meerdere vogels.
Track 14: Enkele roep herhaald
Track 14a: Track 14 met grotere tussenpozen tussen herhaalde roepen.
Track 15: Enkele roep met triller aan het eind.
Track 15a: Trackt 15 met onregelmatig aantal roepen en tussenpozen.
Track 16: Geluiden in de vlucht, meerdere vogels.
Track 30: Jonge vogels, 45 dagen oud, bedelend.

6. Biotoop:
Tegenwoordig is de gierzwaluw voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning, en komt in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Maar de eigenlijke biotoop van de gierzwaluw zijn de lagere lagen van de troposfeer. Deze regio van de dampkring is constant in beweging, gierzwaluwen moeten bijgevolg tijdens hun permanente vlucht rekening houden met hoge- en lagedrukgebieden, luchtstromingen en onweders, om er enkel te noemen. Als geen ander weten zij uit deze fenomenen hun voordeel te halen, hetzij om voedsel te vinden, hetzij om verder te trekken.

7. Voedsel:
Het voedsel van de gierzwaluw bestaat vooral uit kleine geleedpotigen, die hoog in de lucht, bij geschikt weer ook laag bij de grond, in de vlucht worden gevangen. Zoals vliegen, muggen maar ook bijen, wespen en vliegende mieren. Hoewel de gierzwaluw zo dicht mogelijk bij het nest foerageren, worden vanuit de kolonies bij uitzondering honderden kilometers lange tochten ondernomen naar op dat moment geschikte voedselgebieden, waarbij flexibel ingespeeld wordt op de weer omstandigheden. Het voedsel dat aan de jongen gegeven wordt bestaat uit balletjes van 300 tot 500 insecten, die met speeksel tot geheel wordt gemaakt. De jongen kunnen tot 20 balletjes per dag krijgen. Dat houdt in dat de ouders zo’n 10000 insecten per dag vangen.

.
Foto: Henk Haans
Klein geleedpotigen.

Foto: Henk Haans
Voedselbal..

.
8. Voortplanting:
De gierzwaluw broedt van laatste helft van mei tot in juni. De broedduur bedraagt circa 18-20 dagen. Tussen het leggen van de eieren (meestal 2 tot 3) verlopen twee dagen. Mannetje en vrouwtje broeden beide en wisselen elkaar regelmatig af. Er wordt één broedsel per jaar grootgebracht. Beide vogels zorgen voor de jongen, die na 39-43 dagen uitvliegen. Het nest is een slordig bouwsel van materiaal , dat in de vlucht is opgepikt. Vrucht- en zaadpluis, draadjes, veertjes, vlinders en soms papiertjes. Het wordt met speeksel aan elkaar gekleefd. Gierzwaluwen maken ook wel gebruik van oude mussen- of spreeuwennesten. Het paartje is zeer honkvast, en komt ieder jaar op de zelfde plek terug

9. Voorkomen en trek:
Het broedgebied betreft geheel Europa ten zuiden van de poolcirkel, en grote delen van Azië en Midden-Oosten, tot in Marokko, Tunis en Tripoli. Het winterverblijf bevindt zich in Afrika, ten zuiden van de evenaar.

.
.
Populatie Friesland 2014.

De voorjaarstrek begint rond half april, massaal eind april of begin mei en duurt tot half juni, soms iets later voor niet-broedende exemplaren. De gierzwaluw is een dag- en nachttrekker. Er zijn enkele februari waarnemingen.  

Afhangende van het weer kan de herfsttrek reeds in de loop van juli beginnen, vanaf de derde week is dit steeds massaal. Begin augustus zijn de meeste gierzwaluwen uit onze contreien verdwenen, al is er daarna nog zwakke trek van late broedvogels in september, zelden tot in oktober. De trekrichting is hoofdzakelijk zuidwestelijk tot zuidelijk. Diep in Zuid-Afrika

.
.
.

Terug naar de inhoud